Inpakken voor je vakantie zonder ‘inpakangst’


Zo ongeveer ieder jaar krijg ik het weer voor elkaar om die koffer met kleding weer tot aan de rand toe vol te gooien met kleding waarvan ik eigenlijk al weet dat ik toch niet ga dragen. ‘Inpakangst', is dat een woord? Bij deze, de gedachte dat je kleding tekort komt wanneer je inpakt voor een volgende vakantie.

De inspiratie voor het schrijven van dit artikel ontstond in de auto op de terugreis van onze vorige zomervakantie, waarbij ik me realiseerde hoe achterlijk veel kleding ik weer had ingepakt, waarvan ik de helft niet had gedragen. As usual.

Resultaat, een overvolle tas met kleding waarvan de helft je in de weg zitten bij het zoeken naar een nieuw setje kleding. Feit blijft dat ik op vakantie ook het vaakst kies voor mijn lievelings-vakantie-outfit én ik in acht van de tien gevallen in badpak of bikini loop.

Zo pakte ik weleens een lange lichtblauwe Levi’s in. Dat een kledingstuk door het jaar heen tot je lievelings items behoort wil nog niet zeggen dat het bij dertig graden vakantie past.

Mijn nieuwe strategie is die van inpakken in twee stappen.

1. Drie dagen voor vertrek beginnen met het inpakken van alles wat je denkt mee te moeten nemen.

2. Een dag voor het vertrek er nog eens kritisch naar kijken. Geloof me, dan ben je in staat om van een afstandje naar je stapel kleding te kijken en je te beseffen dat je echt geen drie lange broeken hoeft mee te nemen, laat staan twee truien.

Één warme trui en een sportlegging staan standaard op mijn lijstje voor een warme bestemming, fijn voor de avonden. Mijn vader nam voor drie weken Italië in de zomer uit principe geen lange broek mee, vond ik ook wel een mooi statement.

Onlangs nog, toen we voor vijf dagen naar Parijs gingen, kwam ik weer even in de verleiding om veel te veel in te pakken. Het leek me een goed idee om een Samsonite koffer van 80 liter mee te nemen. What was I thinking? Daar konden alle spullen voor ons drieën in. Dat leek me handig in plaats van twee tassen en een klein koffer. Totdat…

Jelle voorstelde om toch voor een klein koffer te gaan. Met z’n tweeën. Een klein koffer, van 55 liter. Je weet wel, zo eentje die je kunt inchecken als handbagage bij het vliegen. Dat leek me ook prima. Het is maar net wat de mogelijkheden zijn. Voor Lou zouden we de luiertas gebruiken.

Met deze laatste optie wist ik in ieder geval dat ik veel beter zou nadenken over wat ik in die koffer zou stoppen, dan dat ik de grote optie lukraak zou volgooien met items die me ‘ook wel handig leken’ om bij me te hebben.

Ieder de helft. Het lukte. We moesten bij het sluiten weliswaar even op het koffer gaan zitten, maar verder geen moeilijkheden. Vier outfits koos ik uit, twee paar schoenen en een paar slippers. Met die kleding zat het wel goed. Drie van de vier outfits droeg ik en een extra setje lijkt me geen overbodige luxe. Één paar schoenen had ik prima thuis kunnen laten.

Ik heb overwogen om een inpaklijst aan dit artikel toe te voegen, maar die zijn er voldoende te vinden online. De ene vakantie is tenslotte de andere niet en elke type vakantie vraagt weer om een andere lijst.

Mijn tip: maak setjes en vraag je bij ieder stuk af is dit een want-to-have of een nice-to-have. Geloof me, die want-to-have items die wil je echt bij je hebben, de rest kan voor een groot gedeelte in je kast blijven liggen.


Maar wat is het toch dat wanneer je alles weer inpakt voor de terugreis (en je niet eens iets hebt gekocht) het net lijkt alsof je meer spullen hebt dan daarvoor? That's where Marie Kondo comes in. Maak rolletjes van je kleding, op die manier past er veel meer in je koffer dan wanneer je je kleding opvouwt.